Onderhoud sportveldgrassen

Aanleggen/inzaaien

Werkwijze

  • Stem mengselkeuze af op gebruik, bespelingsintensiteit en beschikbare tijd voor aanleg en vestiging.
  • Volg aanbevolen zaaidichtheid, hanteer een zaaidiepte van 0,5 – 1 cm.
  • Meer graszaad leidt sneller tot een gesloten mat, dus tot een vroege bespeelbaarheid.

Werkzaamheden

  • april – mei – juni – juli – augustus – september

Renoveren/doorzaaien

Werkwijze

  • Kan het hele groeiseizoen door en bij groot onderhoud.
  • Volg aanbevolen zaaidichtheid en zaai een mengsel dat past bij het gebruik van het sportveld.
  • Zaai kruiselings en diagonaal.

Werkzaamheden

  • maart – april – mei – juni – juli – augustus – september – oktober

Bemesten

Werkwijze

  • Bemest volgens bodemgesteldheid met snel- of langzaamwerkende, samengestelde meststoffen.
  • Een kalibemesting in het najaar is belangrijk voor afharden en weerbaarheid tegen ziekten.

Werkzaamheden

  • maart – april – mei – juni – juli – augustus – september

Maaien

Werkwijze

  • Maai tijdens het groeiseizoen minimaal 2 x per week.
  • Ga uit van een maaihoogte van 3 – 4 cm. Neem in een maaibeurt nooit meer dan een derde van de grashoogte af.
  • Maai hoger en minder in rustperioden, bij aanhoudende hitte en bij droogte.

Werkzaamheden

  • maart – april – mei – juni – juli – augustus – september – oktober – november

Herstellen van speelschade

Werkwijze

  • Gaten opvullen, doelgebieden prikken… doe je bij voorkeur onmiddellijk na het weekend.

Werkzaamheden

  • januari – februari – maart – april – mei
  • augustus – september – oktober – november – december

Toplaag beluchten

Werkwijze

  • Prikrollen en slitten.
  • Brengt lucht in de toplaag waardoor (her)groei gestimuleerd wordt.
  • Indien nodig en als omstandigheden het toelaten, frequent beluchten, eventueel wekelijks.

Werkzaamheden

  • januari – februari – maart – april
  • juli – augustus – september – oktober – november – december

Verticuteren, wiedeggen en vegen

Werkwijze

  • Belangrijk in het kader van het bestrijden van straatgras en onkruid en het behouden van een open toplaag.
  • Verticuteer altijd vóór het doorzaaien. Droog weer geeft het beste resultaat.
  • Vilt en zwakke, ongewenste grassen worden uitgekamd. Vegen voorkomt verstikking van zode na overmatige grasgroei en bladval.

Werkzaamheden

  • januari – februari – maart – april – mei
  • augustus – september – oktober – november – december

Beregenen

Werkwijze

  • Noodzakelijk bij aanhoudende droogte, na in- en/of doorzaai en op onstabiele velden.
  • Jong gras frequent met kleine volumes beregenen, ouder gras beperkt met grotere volumes.

Werkzaamheden

  • mei – juni – juli – augustus

Diepbeluchten

Werkwijze

  • Op 0 – 40 cm met vertidrain of beluchtingsschudfrees.
  • Bij groot onderhoud, nagenoeg het jaar rond als grond het toelaat (vocht).
  • Heft verdichting en storende lagen op. Voorkomt problemen door wateroverlast.

Werkzaamheden

  • maart – april – mei – juni – juli – augustus – september – oktober – november

Dressen/bezanden

Werkwijze

  • Dressen met teelaarde tijdens groot onderhoud. De recyclingdresser (mei, juli) onttrekt dressmateriaal uit het veld en dat levert na egaliseren vlakke uitgevulde velden op.
  • Bezand in voor- en/of najaar of bij renovatie om de toplaag te verschralen en stevig en stroef te houden.

Werkzaamheden

  • april – mei – juni – juli – augustus – september – oktober

Toplaag vernieuwen

Werkwijze

  • Beproefde methode met de Fieldtopmaker om (probleem)velden snel en voordelig te renoveren.
  • Frees verwijdert toplaag met straatgras, onkruiden en vilt, maar laat groeipunten van gewenste grassen ongemoeid (hergroei).
  • Doorzaaien met snelvestigend mengsel Recover 3 voor het verkrijgen van een mooie dichte mat.

Werkzaamheden

  • april – mei – juni – juli – augustus